De liefde is eeuwig, maar de wellust gaat voorbij.

De ware liefde is niet een dronkenschap der zinnen:

Zij is een louteringsvuur, zij heiligt die beminnen,

Zij leert de geest zich met al 't Ware en Goede voên,

Verwijdt het hart, woont in de rede, is in haar doen verstandig!

Ze is de trap, waarlangs ze in licht en stralen

tot hemelliefde klimt - in plaats van af te dalen

Tot geestloos zingenot.

(Verloren Paradijs, Milton, bl. 209)