Actie en contemplatie Herman De Dijn K.U.Leuven

Contemplatie en mysterie
Contemplatie, zo zegt men, reveleert de werkelijkheid in haar eigenlijke wezen; de werkelijkheid die zich verbergt achter de schijn van het alledaagse, die zich onttrekt aan het oppervlakkige kijken en aan de gewone omgang. Contemplatie is nauw verwant en verbonden met verwondering voor het mysterie van de dingen: zó hadden we de dingen nog niet gezien. En wanneer we de dingen zó zien, verschijnt er een onwillekeurige glimlach, zoals op het gelaat van de Boeddha. (Het Engelse smile zou van dezelfde stam zijn als het Scandinavische smila; woorden verwant met het latijnse mirari en het griekse smeidiaoo; in de Indo-Europese taalcontext is er dus een verwantschap tussen glimlach en verwondering.) In de contemplatie is de mens ontvankelijk, niet grijpend of be-grijpend; de aandacht is gecaptiveerd, geboeid, en niet versnipperd, noch jachtig zoekend naar een prooi of een middel. Het is ook alsof het contemplatieve ik tevreden is met het hier en nu, niet langer geïnteresseerd in meer, later: “Laat ons hier drie tenten bouwen”; bekwaam ook tot volkomen overgave: “Laat nu, Heer, uw dienaar gaan in vrede”.
Een mysterie is van een heel andere aard dan een probleem. Een probleem is iets wat we nog niet helemaal begrijpen, wat onze capaciteit van begrijpen door zijn complexiteit wellicht voor altijd te boven gaat. Wetenschap heeft te maken met problemen, niet met mysteries. Mysteries zijn altijd een kwestie van openbaring. Zelfs als we alles hebben begrepen van wat ons verschijnt als een mysterie, blijft het als mysterie totaal overeind. We weten nu wetenschappelijk gesproken perfect hoe baby’s ontstaan, we kunnen ze (bijna) kunstmatig produceren. Maar wie kan ontkennen dat elke pasgeboren baby een onuitsprekelijk mysterie blijft? Wat zou het betekenen dat echt te negeren? Sommigen zullen zeggen: het gaat daar maar om een emotionele reactie? Emoties zijn echter niet zonder intelligentie van werkelijkheid. Een glimlach getuigt van een verstaan van wat er onmiskenbaar is: een  betekenisvolle werkelijkheid die als zodanig voor de wetenschap onvatbaar is.

 

 

GELOOF, HOOP EN LIEFDE 

Zo blijven dan: "Geloof, Hoop en Liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de Liefde". (1 Cor. 13:1-13) 

GELOOF
Geloven, las ik laatst ergens', is iets aannemen, zonder dat er bewijzen voor 

zijn, onzegbaar en onzichtbaar. Als je dat met kunt, verliest geloven of geloof zijn betekenis. Het is een kwestie van onbewijsbaar vertrouwen. 

Geloof vormt, naar ik meen, een deel van ons leven en laten wij proberen dat vast te houden. Voor velen niet alleen in een Opperwezen, maar ook in mensen. Soms tegen beter weten in. 

Ik heb die avond nog lang nagedacht toen iemand na een bouwstuk opmerkte: "Ik geloof niet in een O.B.d.H.., ik hoop dat de O.B.d.H. in mij geooft".