Oorsprong van de naam Rozenkruis

Antoon Bos

De naam: Rozenkruis

 
In de Fama Fraternitatis (1614), de Confessio Fraternitatis (1615) en de alchemistische roman Chymische Hochzeit Christiani Rosenkreuz anno 1459 (1616) komt de naam Christiaan Rozenkruis voor. De Lutherse predikant Johann Valentin Andreae (1586 – 1654) claimt in zijn autobiografie het auteurschap van deze boeken.

Daarbij is de naam Rozenkreuz, (Christiaan) - naar de mening van verschillende letterkundigen - een naam die bedacht is door Johannes Valentinus Andrea.1

In zijn autobiografie schrijft Johannes Valentinus Andrea dat hij de Fama Fraternitatis als

“... ene proeve had beschouwd, waardoor hij de alchemisten en dwepers wilde verbeteren ...”,

en dat 

“ ... hij zich daar Ridder van het Rozenkruis had genoemd ...”,
omdat in zijn familiewapen een kruis en vier rozen voorkomen.

         

  Portret van Johan  Het wapen van de   St. Andrieskruis met      
    Valentin                 familie Andrea        vier rozen. "Rozenkruis"

 

 

De Rozenkruiserbeweging in de 17e eeuw

 THE REAL HISTORY OF THE R O S I C R U C I A N S

Michael Maier CHYMISCHES KABINET
(Atalanta Fugiens)
HET CHEMISCH KABINET

En van deze Rozenkruiser van de 2e kring een belangrijk alchemistisch geschrift.

Naar men zegt de eerste multimedia presentatie.
Klik op het plaatje en u kunt het boek lezen.

 


 

Het korte verhaal De roos van Paracelsus is geschreven door de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges. Ik heb die roos voor u van t wereldwijdeweb geplukt:

 

De Roos van Paracelsus

Op zijn werkplaats, die de twee kamers van het souterrain omvatte, vroeg Paracelsus zijn God, zijn onbepaalde God, iedere God, hem een leerling te sturen. Het liep tegen de avond. Het schaarse vuur in de stookplaats wierp onregelmatige schaduwen. Opstaan om de ijzeren lamp aan te steken was te veel inspanning. Paracelsus, afgetrokken van vermoeidheid, vergat zijn smeekbede. De nacht had de stoffige distilleertoestellen en de alchemistenoven uitgewist toen er op de deur werd geklopt. De man kwam slaperig overeind, beklom de korte wenteltrap en opende een van de vleugels.  

 

De liefde is eeuwig, maar de wellust gaat voorbij.

De ware liefde is niet een dronkenschap der zinnen:

Zij is een louteringsvuur, zij heiligt die beminnen,

Zij leert de geest zich met al 't Ware en Goede voên,

Verwijdt het hart, woont in de rede, is in haar doen verstandig!

Ze is de trap, waarlangs ze in licht en stralen

tot hemelliefde klimt - in plaats van af te dalen

Tot geestloos zingenot.

(Verloren Paradijs, Milton, bl. 209)

Subcategorieën